Opmerking

Om het hele artikel te kunnen lezen dient u te zijn ingelogd als geregistreerd gebruiker van onze website. Als u daarover vragen hebt, kunt u zich richten tot ons secretariaat via het contactformulier.

"Wat zoemt er op de proeftuin" Deel 5

{show access="registered"}

27 september 2019: Karin Winkler, onderzoeker bij onze partner Wageningen University & Research (WUR) neemt u voor de 5e keer mee in wetenswaardigheden, actueel onderzoek of recente observaties in de proeftuin rond bestuiving en bestuivers.

Honingbijen
Honingbijen zijn permanent aanwezig op Proeftuin Randwijk Wie tijdens het bijensymposium op 3 juli 2019 door de tunnel met bloeiende frambozen liep hoorde een en al gezoem. Naast verschillende soorten wilde bestuivers waren dit in eerste instantie vooral honingbijen. Met rond 50.000 individuen in een volk kan dit enorme leger aan bestuivende insecten in korte tijd bij geschikt weer veel bestuivingswerk verrichten. Maar wat als appels, peren en kleinfruit uitgebloeid zijn? Een optie is het verhuizen van de bijen naar een andere locatie waar op dat moment bloeiend gewas aanwezig is. Op de proeftuin willen wij een klein aantal honingbijvolken een permanente thuisbasis bieden.

De bloeiboog
201909 Diverse beplanting langs de LingeOm een of meerdere bijenvolken het hele seizoen van voldoende voedsel – lees bloeiend gewas – te voorzien, werken wij in overleg met de  Nederlandse BijenhoudersVereniging (NBV) aan een zo goed mogelijk doorlopende bloeiboog. Wij streven ernaar dit op het eigen terrein te realiseren, want ook honingbijen profiteren van een korte woon-werkafstand. Natuurlijk vormt de bloemrijke oprit en de slootkant langs de Linge ook een bloem- en soorrijke omgeving. Op de foto ziet u de diversiteit aan bomen en struiken langs de Linge. Daarnaast heeft onze buurman, de biologische teler Jurrius een heel groot veld gezaaid met vele soorten bloeiende bloemen die dit najaar als groenbemester, maar bovenal als voedsel voor de bijen zullen dienen. De bijen komen dit najaar dus niets tekort.

Vroeg in het voorjaar staan er langs de oprit dan weer opnieuw struiken zoals wilgen, hazelaar en gele kornoelje in bloei. Kort erna bloeien de pruimen, appels, peren en kersen. In de zomer word het kleinfruit aangevuld door bloemenstroken die over het hele terrein op geschikte plekken zijn ingezaaid. In de late zomer en in het najaar ontstaat er vaak een gebrek aan bloeiende planten. Om dit gat in de bloeiboog te vullen is er op de druivenheuvel een begin gemaakt met het planten van bloeiende Hedera, duizendknoop en ijzerhard.

Het is leuk om erover na te denken hoe een fruitbedrijf is in te richten als permanente omgeving voor bestuivende insecten.  Vaak kan dit met beperkte moeite en kosten. Wel moeten we opletten dat we niet onbedoeld potentieel schadelijke neveneffecten veroorzaken. 

We richten ons overigens niet alleen op de honingbijen, maar proberen ook de diverse soorten wilde bijen te stimuleren. Hierover zullen we in een volgende rubriek weer rapporteren.  

{/show}